In het kader van de kinderboekenweek schreef ik in een ochtend een prentenboek met de klas. Hoe heb ik dat aangepakt? 

Hoe ik een prentenboek schreef met de klas

Wie wat waar

Ik begon met de Wie-wat-waar-probleem-oplossing kaartjes voor het verhaalbegrip. Ik haalde deze verhaalkaarten bij Digifemke.

De verhalenhoed

Wie

Hoofdpersonen

We begonnen met de hoofdpersonen. Ik liet de kinderen figuren noemen en stopte alles in een hoge hoed. Ik trok er drie hoofdpersonen uit voor ons verhaal.

Waar

Waar

Vervolgens bepaalden we de plaats op dezelfde manier.

Probleem

Probleem

Voor het probleem liet ik de kinderen in tweetallen overleggen. Ik liep langs en schreef wat problemen op waar we er weer een van uit de hoed toverden.

Verhaal schrijven

Het verhaal

Ik zette groep 1 vast aan het werk en schreef met groep 2 het verhaal in redelijk korte zinnen.

De illustraties

Samen aan het werk

Ik gaf elk kind uit het groepje een zin. Zij zochten iemand van groep 1 uit om mee samen te werken en in tweetallen maakten ze de illustratie bij de zin. De kinderen stempelden of schreven zelf de zin erbij. Ik schreef de zin erna nogmaals in het klein onderaan voor de leesbaarheid.

Map

Boek in de map

Samen met een aantal leerlingen stopte ik de gemaakte illustraties met zinnen in een map. En in een ochtend was het prentenboek (dat ze aan iedereen kunnen laten zien) af.

Ook een leuk idee om eens als cadeau te geven. Ik kreeg zo’n prentenboek bij mijn huwelijk: ‘Prinses juf Maike.’