Door Yvonne. Ik vind het altijd leuk om boeken te lezen over de ontwikkeling van kinderen of om nieuwe ideeën op te doen over wat je kunt doen om de ontwikkeling van kinderen te stimuleren. Ik las De natuurwetten van het kind

De natuurwetten van het kind

Onlangs las ik het boek ‘De natuurwetten van het kind’ van Céline Alvarez en over dit boek kreeg ik al op de eerste pagina’s het idee: Ik ga hier een blog over schrijven. Vanaf de eerste pagina’s kwam ik ideeën en theorieën tegen die ik graag wil delen. Dit boek is zeker het lezen waard. Je hoeft het niet met alles wat een schrijfster schrijft eens te zijn, maar het zet je in ieder geval wel aan tot nadenken over je eigen handelen.

De ontwikkeling

In het begin van het boek vertelt de schrijfster dat wij bij onze geboorte al een schat aan intelligentie en menselijkheid hebben, maar dat de ‘bedrading’ in de hersenen nog niet genoeg ontwikkeld is om dit te laten zien. De ontwikkeling wordt na de geboorte vooral bepaald door de kwaliteit van zijn omgeving. Het is belangrijk dat een kind in zijn eerste drie levensjaren gevoed wordt met een rijk en gevarieerd ‘taalbad’. Volgens de schrijfster zijn daarbij niet de allernieuwste pedagogische methoden nodig. Céline haalt in haar boek regelmatig diverse wetenschappelijke onderzoeken aan, daardoor klinkt het allemaal erg overtuigend.

Stimulerende omgeving

Het is dus voor kinderen belangrijk om in een stimulerende omgeving op te groeien. Hier ligt een grote verantwoordelijkheid. We moeten ons bewust zijn van onze eigen gedrag en houding. Tijdens zijn eerste levensjaar maakt het kind al twee belangrijke periodes door waarin zintuiglijke en verbale indrukken worden verzameld, die als basis zullen dienen voor de ontwikkeling van zijn latere intelligentie. Dit is zeker geen uitnodiging om een kind in het eerste levensjaar te sterk te gaan stimuleren. Geef het kind de kans zijn omgeving veilig te verkennen en dat er genoeg te ontdekken valt. Ervaringen met taal en interactie; meer is niet nodig. Wees ervan bewust dat de kleine dingen die we dagelijks doen met het kind heel belangrijk zijn. In de eerste levensjaren is het gewone al bijzonder genoeg. Je hoeft niet op zoek naar allerlei bijzondere activiteiten.

Lees ook: REVIEW: PEUTEREN EN KLEUTEREN

Zelf doen

Tussen de drie en vijf jaar bereikt de ontwikkeling van de executieve functies een piek. Heel herkenbaar in deze periode is het ‘zelf willen doen’. Deze functies zijn niet aangeboren, maar moeten net als onder andere taalvaardigheden worden ontwikkeld. Hierbij moet je ze dus vooral ondersteunen in hun ontwikkeling. Geef ze de kans zich veilig te ontwikkelen. Van al dit was de schrijfster zich erg bewust toen ze in een kwetsbare, achtergestelde wijk in Gennevilliers (een plaats net buiten Parijs) ten behoeve van een onderzoek een klas startte met kinderen van 3 tot 5 jaar oud. Ze gingen in de klas erg bewust om met taal. Door het goede voorbeeld te geven in hun gedrag of de kinderen erop aan te spreken, ontwikkelden de kinderen ook goede executieve functies. Ook als deze voorwaarden er thuis niet zijn, kan de school er een positieve rol in spelen. Daarbij is het belangrijk om geen ‘lesjes’ te geven, maar een kind volop laten ontdekken hoe het in leven in elkaar zit in verschillende situaties. Door deze en de daaropvolgende ontdekkingen krijgen zijn hersenen meer vorm. In het boek staan talrijke voorbeelden over hoe Céline in deze klas omging met de ‘zelfontwikkeling’ van de kinderen. Van leren lezen, schrijven tot het helpen ontwikkelen van de executieve functies.

Echte materialen

Voor een goede ontwikkeling vragen kinderen om echte materialen. Geen plastic serviesje of kinderkeuken, maar echte pannen en ander materiaal. Dit vond ik wel een echte ’nadenker’: ‘Een kind zoekt geen afleiding door plastic speelgoed, maar is uitgerust om te gaan verkennen, om de wereld te veroveren en te begrijpen.’ Wel opvallend is, als ik de filmpjes bekijk op haar website, dat ik nergens kinderen zie die bezig zijn met fantasiespel. Toch zeker ook heel belangrijk voor de ontwikkeling. Céline heeft met haar onderzoek willen aantonen dat het kunnen leren niet aan het kind ligt, maar aan de omstandigheden waarin het leren wordt aangeboden. Ze gelooft dan ook dat het niet een didactische methode is die in de klassen gebruikt moet worden maar, vooral aansluiting bij wat de kinderen op dat moment willen leren en daar dan activiteiten bij zoeken. Ook al gebruikt Céline het materiaal van Maria Montessori, toch zegt zij dat veel liefde, geloof in het kind, vrijheid en enthousiasme het belangrijkste is om de ontwikkeling te stimuleren. Vooral de positieve menselijke band in de klas zou, volgens haar, de hoeksteen zijn van het slagen van dit experiment. En dat wat in deze laatste alinea staat neem ik mee naar mijn werk om de kinderen op de peuterspeelzaal zeker te stimuleren en ze een mooie start te geven straks op de basisschool. Kijk naar haar Ted talk op YouTube. https://youtu.be/nwVgsaNQ-Hw (Engelse ondertiteling aan te zetten) of lees op haar website www.celinealvarez.org