Wat ben ik blij met mijn harde stem. Mijn misthoorn knalt regelmatig over het plein en soms trompetter ik in de klas. Ze noemen mij wel eens: ‘Juffrouw Brulboei’.

Mijn man is er overigens wat minder blij mee. In het begin van ons samenwonen was het regelmatig ‘Shht, je staat niet voor de klas, je bent thuis nu!’

Juffrouw Brulboei

‘Daar gaan we weer, Jantje en Pietje* staan te ver op het plein’, zucht mijn collega. ‘Ik loop wel weer’. ‘Wacht maar’, zeg ik en zet mijn handen aan mijn mond. ‘Jan en Piet’ trompettert mijn stem over het plein en mijn arm gebaart wild dat ze moeten komen. Waarschijnlijk vergezelt met het woordje Ehhhhh!, waar Juf Henrike al eens een hilarisch blog over schreef.
Ik zie de twee jongens met hangende schouders naar me toe komen. Als de juf ons op die manier roept kunnen we beter maar meteen komen lijken ze te denken.

Mijn collega, langer, maar dat is in mijn geval ook niet zo gek, en jonger dan ik, heeft werkelijk de misthoorn der misthoorns op haar repertoire. Als zij haar loeiknopje gevonden heeft, sta ik zelfs direct in haar rij en verroer me niet, want berg je maar. Binnen een seconde kan ze dan ook weer haar ik-ben-ook-een-hele-lieve-juf-stemmetje opgezet hebben als haar geloei niet nodig blijkt te zijn en ze gewoon weer een gesprek met de kinderen kan voeren. Het is een wereld van verschil, eerlijk waar.

Soms zet ik de juffrouw Brulboei op in de klas. Als ik het stiltegebaar van de school maak, maar Sofietje ondersteboven onder haar stoel hangt, Otto in de gordijnen klimt, Henkie het nodig vindt om van tafel naar tafel te springen, Katrijn het mengen van de verf uittest op haar net-nieuwe-verjaardagsjurk en Romijn * met een schaar al de staart van zijn buurvrouw te pakken heeft. Oftewel, als het gekke uurtje heeft toegeslagen.

Juffrouw Brulboei

‘JAAA!’ brul ik. In een oogwenk leggen de kinderen de spullen op tafel en zitten ze met hun armen over elkaar op hun stoel. Met grote ogen staren ze me aan. Ze weten natuurlijk heel goed wat ze verkeerd gedaan hebben en wachten gespannen op mijn preek. Heel gemeen laat ik ze een minuut wachten terwijl ik ze een voor een met priemende ogen aan kijk. Een beetje zoals Badmeester Brulboei, maar dan zonder al dat schuim.
Dat wachten is voor mij al preek genoeg. Ik verlaag mijn stem nog even naar standje bas en zeg heel langzaam: ‘Nu is het genoeg, rust in de klas’. En de rust in de klas is inderdaad voorlopig even terug gekeerd.

Stiekem vind ik het heel fijn om af en toe die brulboei op te zetten. Want zeg nou zelf, wie wil nou niet eens lekker brullen als een leeuw?

*Gefingeerde namen, uiteraard ;).