Ik zit op een te klein kleuterstoeltje en kijk eens om me heen. Terwijl ik iedereen fijn bezig zie bedenk ik me dat ik dit te weinig doe, achterover leunen en kijken. 

Ik zit barstensvol ideeën en ik bedenk altijd wel iets waarmee ik de kinderen die dat nodig hebben kan ondersteunen. En ik heb het idee dat ik constant bezig moet zijn (alsof rondkijken niets doen is…)

Maar waarom vind ik achterover leunen en kijken dan wel belangrijk om te doen?

Met het rondkijken zie ik zoveel moois!
In de huishoek ontstaan mooie gesprekken en verhalen vaak binnen het thema waarmee we werken.

Er wordt met materiaal gewerkt en samen over gepraat.

De kinderen praten over wat hen bezig houdt, dit kan heel verrassend zijn.

Ik zie dat de kinderen ineens iets onder de knie krijgen wat daarvoor nog moeilijk was.

Het niveau van de kinderen wordt duidelijker en wat ze daarbij van mij nodig hebben.

De kinderen durven meer naar me toe te komen met eigen toffe inbreng en voorstellen.

Ik zie wat er in de hoeken gebeurt en dat kan ik gebruiken om de hoeken nog uitdagender te maken.

Het is heel leuk om de kinderen bezig te zien met het materiaal dat ik maak.

En ik kan in een grote kring bespreken wat ik heb gezien.

Observeren is heel belangrijk bij de kleuters!

Ik vind dat ik het te weinig doe, achterover leunen en rondkijken. Mijn tijd wordt vaak opgeslokt door het reilen en zeilen van de dag en ja, mijn eigen ideeën wat ik allemaal kan doen met de kinderen.

Voortaan ga ik het inplannen. Elke week wil ik minstens een keer achterover leunen en kijken. Wie doet er met me mee?